wasautomaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

wasautomaat
Uitspraak
Woordafbreking
  • was·au·to·maat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wasautomaat wasautomaten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wasautomaat m

  1. apparaat dat het hele wasproces van kleding achterelkaar automatisch uitvoert
    • Voor de tweede keer binnen twee weken brak er in de woning van de familie Kamphuis uit Losser brand uit. Eerst op zolder - kortsluiting in de wasautomaat - en zondagmorgen in alle vroegte in de keuken. Een ontplofte deodorantbus zorgde dat de familie op tijd wakker werd en veilig het huis uit kon komen. [1] 
    • Ronduit verrassend is de ruimte aan stuurboordzijde in het achterschip; Jeanneau voorziet hier standaard in een ‘schuurtje’ met plaats voor bijvoorbeeld een wasautomaat, maar waar ook een werkplaats, tweede gastenhut, kantoor of zelfs bemanningsruimte kan worden gerealiseerd. [2] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia 08-06-15 Echtpaar gered van brand door knal van deo-spuitbus
  2. De Telegraaf ALFRED J. BOER 10 jun. 2017 Fraaie Francaise