wasmachine

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een wasmachine.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • was·ma·chi·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘toestel dat kleding of groenten mechanisch schoonmaakt’ voor het eerst aangetroffen in 1838 [1]
  • samenstelling van  was  en  machine 
enkelvoud meervoud
naamwoord wasmachine wasmachines
verkleinwoord wasmachientje,
wasmachinetje
wasmachientjes,
wasmachinetjes

Zelfstandig naamwoord

wasmachine v

  1. (elektrotechniek) (werktuigbouwkunde) een apparaat dat op automatische wijze wasgoed reinigt
    • Ik ben vergeten de wasmachine aan te zetten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen