wachtlijst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wacht·lijst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wachtlijst wachtlijsten
verkleinwoord wachtlijstje wachtlijstjes

Zelfstandig naamwoord

wachtlijst v/m

  1. een lijst met wachtenden
    • Wachtlijsten in de zorg zijn al jaren een probleem voor patiënten. 
     Ze adviseerde me direct mijn naam op de douchelijst te zetten omdat er al 25 mensen op de wachtlijst stonden.[1]
     „De mensen hebben blijkbaar weer zin in een feestje...”, weet woordvoerder Rik van de Merwe. Zijn feest - Bevrijdingsdag Enschede op de Universiteit Twente - is deze donderdag met 15.000 bezoekers stijf uitverkocht. De wachtlijst loopt zelfs al flink op. Een alternatief is te vinden in Het Volkspark.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 3 mei 2022 Weblink bron Joost Dijkgraaf “Bevrijdingsfestival in Enschede stijf uitverkocht: ‘Al wachtlijst van 3.000 man’” (03-05-2022), Tubantia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be