wachtkamer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wacht·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wachtkamer wachtkamers
verkleinwoord wachtkamertje wachtkamertjes

Zelfstandig naamwoord

wachtkamer v/m

  1. een ruimte of vertrek voor wachtenden, bijvoorbeeld bij een arts of op een station
    • De wachtkamer was propvol. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie