vuurvreter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vuur·vre·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vuurvreter vuurvreters
verkleinwoord vuurvretertje vuurvretertjes

Zelfstandig naamwoord

vuurvreter m

  1. (beroep) iemand die ter vermaak van een publiek vlammen dooft met zijn mond
    • We hebben in het circus een vuurvreter gezien. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie