vormelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vor·me·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vormelijkheid vormelijkheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vormelijkheid v [1]

  1. afstandelijke beleefdheid
     Aan briefnummer 945502819 (Het Devies van 27 april 1985)Amsterdam, woensdag 1 mei 1985 Mevrouw,(Als ik u in deze brief met 'mevrouw'en met 'u'aanspreek, is het omdat ik gezicht noch naam voor me heb; in een ev. volgende brief wil ik die vormelijkheid graag laten varen, op uw verzoek.[2]
     Nederlandse ondernemers bereiden zich vaak slecht voor en zijn joviaal waar vormelijkheid wordt verlangd. Verder weten zij vaak niet dat een mondeling akkoord niet telt. Pöttgens: In Duitsland tellen alleen schriftelijke afspraken.[3]
  2. (kunst) het meer aandacht geven aan de vorm dan aan de inhoud
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. A.F.Th. van der Heijden op Wikipedia “Advocaat van de Hanen” (1990), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789023479925
  3. Bronlink geraadpleegd op 12 maart 2022 Weblink bron “Slecht Duits kost acht miljard” (11 april 2007), Het Parool