statigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·tig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord statigheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

statigheid v

  1. een wat stijve deftigheid
     Met de verloren schoen, waarvan de kleine maat hem na al die jaren nu pas echt opviel, vormde het een beeld dat hem deed volschieten met mededogen jegens Zwanet, die bij al haar schoonheid en statigheid ook maar een bezorgd moedertje was.[1]
     "Het beeld verenigt statigheid en speelsheid. Verder verandert de beeltenis continu, omdat de omgeving er een belangrijk en direct onderdeel van uitmaakt", schrijft het Amsterdamse Fonds Voor de Kunst in een persbericht. "Vanaf het vooraanzicht is het een duidelijk herkenbaar en trefzeker portret. Van de zijkant is het werk haast een dunne tekenlijn."[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. A.F.Th. van der Heijden op Wikipedia “Advocaat van de Hanen” (1990), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789023479925
  2. Bronlink geraadpleegd op 10 maart 2022 Weblink bron “Koning en profil in raadszaal A'dam” (07-01-2014), NOS