voetbalde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voet·bal·de

Werkwoord

vervoeging van
voetballen

voetbalde

  1. enkelvoud verleden tijd van voetballen
    • Ik voetbalde. 
    • Jij voetbalde. 
    • Hij, zij, het voetbalde.