visstick

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Een visstick op een groot bord...
Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·stick
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord visstick vissticks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

visstick m

  1. (voeding) (vissen) stukje gefileerde, gepaneerde vis in balkvorm (1,5 x 3 x 9 cm) geschikt om te bakken of te frituren
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie