viervoeter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vier·voe·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord viervoeter viervoeters
verkleinwoord viervoetertje viervoetertjes

Zelfstandig naamwoord

viervoeter m

  1. dier dat zich op vier poten verplaatst
  2. voorwerp dat op vier poten staat
  3. (dichtkunst) dichtregel van vier versvoeten
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • edele viervoeter
paard
  • trouwe viervoeter
hond

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen