viering

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vie·ring
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van vieren met het achtervoegsel -ing [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord viering vieringen
verkleinwoord vierinkje vierinkjes

Zelfstandig naamwoord

viering v

  1. het vieren
    • Hij stelde de viering van zijn verjaardag uit. 
  2. (bouwkunde) plaats in een kerk of kathedraal waar het schip en de dwarstransepten elkaar raken
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl