viering

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vie·ring
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van vieren met het achtervoegsel -ing [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord viering vieringen
verkleinwoord vierinkje vierinkjes

Zelfstandig naamwoord

viering v

  1. het vieren
    Hij stelde de viering van zijn verjaardag uit.
  2. (bouwkunde) plaats in een kerk of kathedraal waar het schip en de dwarstransepten elkaar raken
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl