gieren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gie·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gieren
gierde
gegierd
zwak -d volledig

Werkwoord

gieren

  1. een fluitend geluid maken, door een harde wind
    • Buiten giert de wind door de takken. 
  2. hard lachen
    • Hij giert van het lachen. 
  3. heel snel rond gaan
    • Ik voelde de adrenaline door mijn lichaam gieren. 
    • Zenuwen gieren door mijn keel. 
  4. (luchtvaart) een draaiende beweging rond de verticale as maken.
  5. (scheepvaart) een draaiende beweging rond de verticale as maken.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • lachen, gieren en brullen geblazen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

gieren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gier

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie