vervolger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·vol·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vervolger vervolgers
verkleinwoord vervolgertje vervolgertjes

Zelfstandig naamwoord

vervolger m

  1. iemand die iemand anders achtervolgt om hem kwaad te doen
    • Ook benadrukt hij dat Open Doors er niet op uit is om een negatief beeld van de islam neer te zetten. „Anne van de Bijl, nu 86, heeft de hele wereld overgezworven. Hij heeft ook gepraat met vervolgers. Hij is bij de Talibaan geweest, bij Yasser Arafat. Hij zoekt ze op. Hij zegt: weet je, wij zijn absoluut tegen vervolging, maar de vervolger is een mens. Wij vragen onze achterban net zo hard te bidden voor mensen die de vervolging plegen.”[1] 
Synoniemen
  1. stalker, belager, achtervolger

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC Christiaan Pelgrim 8 januari 2015
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be