achtervolger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·vol·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achtervolger achtervolgers
verkleinwoord achtervolgertje achtervolgertjes

Zelfstandig naamwoord

achtervolger m

  1. iemand die achter iemand anders aan gaat
    De dief wist zijn achtervolgers voor te blijven.
Synoniemen
  1. stalker, vervolger
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.