vertolking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·tol·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vertolking vertolkingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vertolking v [1]

  1. het spelen van een geschreven toneelstuk; het dansen van een choreografie
    • De achtste editie van het paasspektakel The Passion vindt dit jaar plaats in Zuidoost. De muzikale vertolking over het lijden en sterven van Jezus wordt live uitgezonden maar het evenement is ook bij te wonen. De toegang tot het plein is gratis. Maar wees op tijd, want vol is vol.[2] 
  2. het vormgeven van bestaande emoties
    • Dan: vanwaar die samenwerking met WNL, de meest uitgesproken politieke omroep, met hulp van De Telegraaf het bestel ingekomen om 'het rechtse geluid'te vertolken? Hoe objectief en onafhankelijk was de jurering? Volgens de hoofdredactie, waarvan een adjunct in de vakjury zat, was de deelname een verrassing: aanvankelijk zou EenVandaag mediapartner worden.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen