vertolken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·tol·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tolk met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertolken
vertolkte
vertolkt
zwak -t volledig

Werkwoord

vertolken overgankelijk

  1. vertalen, het van de ene taal omzetten in een andere taal
    1. Omzetten in spraak, schrift of gebaar:
      De woorden van de spreker werden vertolkt in gebarentaal.
    2. Gevoelens door taal tot uitdrukking brengen
      Daarmee vertolkte hij de onvrede die leefde onder de kustbewoners.
    3. Geschreven aanwijzingen voor muziek, toneelstuk, opera of de choreografie van een ballet, in het theater tot uitvoering brengen
      Zij vertolkte Tosca als geen ander.
    4. Interpreteren, het aanpassen van oorsponkelijk materiaal aan een andere tijd of smaak
      De moderne wijze van vertolken van oude muziek vind ik maar niets. Veel te snel!
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie