verstuurde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·stuur·de

Werkwoord

vervoeging van
versturen

verstuurde

  1. enkelvoud verleden tijd van versturen
    • Ik verstuurde. 
    • Jij verstuurde. 
    • Hij, zij, het verstuurde. 
  2. verbogen vorm van verstuurd, voltooid deelwoord van versturen