verstrijken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·strij·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verstrijken
verstreek
verstreken
klasse 1 volledig

Werkwoord

verstrijken

  1. ergatief het verlopen van een tijdslimiet
    • Het ultimatum verstreek zonder dat er iets gebeurde. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.