verreikend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·rei·kend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen verreikend
verbogen verreikende
partitief verreikends

Bijvoeglijk naamwoord

verreikend [2]

  1. van iets dat het grote invloed heeft op vele zaken over een lange tijd
    • 'We hebben een ethische plicht naar de meerderheid van de atleten die in een schone sport gelooft', meldde de bond in een statement. 'Voor hen hebben we een programma gemaakt dat vindingrijk, verreikend en verfijnd is. Het feit dat we nu in staat zijn overtreders op te sporen en uit de sport te verwijderen, moet in deze context gezien worden.' [3] 
    • Themagewijze uittreksels uit de redevoering die Barack Obama dinsdag afstak bij de aanvaarding van zijn presidentschap. Over de crisis. „Dat wij een crisis doormaken wordt nu alom erkend. Ons land is in oorlog met een verreikend netwerk van geweld en haat. [4] 
    • De commissie voor justitie in de Amerikaanse Senaat heeft zich dinsdagavond akkoord verklaard met een verreikend voorstel voor een nieuwe immigratiewet. De wetgeving brengt een legale verblijfsstatus, en daarna mogelijk het staatsburgerschap, binnen het bereik van miljoenen mensen die nu nog illegaal in de Verenigde Staten verblijven. [5] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·rei·kend

Werkwoord

vervoeging van: verreiken
verbogen vorm: verreikende

verreikend

  1. onvoltooid deelwoord van verreiken

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen