uitgebreid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·breid
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: uitbreiden…
verbogen vorm: uitgebreide

uitgebreid

  1. voltooid deelwoord van uitbreiden
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen uitgebreid uitgebreider uitgebreidst
verbogen uitgebreide uitgebreidere uitgebreidste
partitief uitgebreids uitgebreiders -

Bijvoeglijk naamwoord

uitgebreid

  1. groot, ruim
    • De wijdlopige man vertelde weer een van zijn uitgebreide verhalen. 
     De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS. Ondertussen zoekt je passagier in de Michelingids een restaurant waar je goed en uitgebreid kunt lunchen.[1]


Bijwoord

uitgebreid

  1. veel, op grote schaal
     Ze maakten uitgebreid filmpjes en juichten bij elke donderslag terwijl ik juist dieper in mijn slaapzak kroop.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be