verlokking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lok·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verlokking verlokkingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verlokking v

  1. iets wat heel aantrekkelijk is, maar verkeerd en zondig is
    • Extra pijnlijk moment voor Yuri van Gelder. In zijn interview dit jaar in de Verhoorwagen van Bureau Rio doet de van de Spelen verbannen turner een opmerkelijke belofte. Namelijk dat hij niet uit de band zal springen in Rio, de stad met 1001 verlokkingen.[1] 
    • Niemand blijkt ongevoelig voor de verlokkingen van roem, ja ja.[2] 
    • Er volgt een lange stilte. „Ik doorzag de valse verlokking van mijn suïcidale gedachten. Ik realiseerde me dat ik niet depressief was, maar een depressie had - een wezenlijk verschil.” Die ‘nuance’ probeert hij ook aan zijn patiënten over te brengen: vereenzelvig je niet met je huidige toestand. Dat is niet wat je bent.”[3] 
  2. iets wat veel aantrekkingskracht uitoefent en wat goed is
Synoniemen
Vertalingen


Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tubantia 10-JANUARI-2017
  2. Volkskrant incent Kouters 27 december 2017
  3. NRC Danielle Pinedo 12 september 2015