Naar inhoud springen

bekoring

Uit WikiWoordenboek
  • be·ko·ring
enkelvoud meervoud
naamwoord bekoring bekoringen
verkleinwoord bekorinkje bekorinkjes

debekoringv

  1. aangetrokken zijn
    • De bekoring sloeg over in realisme toen hij de prijs zag. 
92 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be