verkennen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ken·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verkennen
verkende
verkend
zwak -d volledig

Werkwoord

verkennen

  1. overgankelijk ter plaatse kennis verwerven van de gesteldheid van iets
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.


Nedersaksisch

Werkwoord

verkennen

  1. verkennen


Veluws

Werkwoord

verkennen

  1. verkennen