verijdelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ij·de·len
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van ijdel met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verijdelen
verijdelde
verijdeld
zwak -d volledig

Werkwoord

verijdelen

  1. (overgankelijk) een ongewenste actie weten te voorkomen, in de kiem smoren
    De terroristische aanslag werd op het nippertje verijdeld.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl