belemmeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·lem·me·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
belemmeren
belemmerde
belemmerd
zwak -d volledig

Werkwoord

belemmeren

  1. (overgankelijk) een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
    De slechte economische toestand van het land belemmerde de aanleg van de peperdure autosnelweg enorm.
    Door het slechte weer was alle treinveer belemmerd
Vertalingen