belemmeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·lem·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van lam met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
belemmeren
belemmerde
belemmerd
zwak -d volledig

Werkwoord

belemmeren

  1. overgankelijk een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
    De slechte economische toestand van het land belemmerde de aanleg van de peperdure autosnelweg enorm.
    Door het slechte weer was alle treinveer belemmerd.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl