onveilig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·vei·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van veilig met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onveilig onveiliger onveiligst
verbogen onveilige onveiligere onveiligste
partitief onveiligs onveiligers -

Bijvoeglijk naamwoord

onveilig

  1. gevaar met zich meebrengend
    • Het hotel was erg mooi, maar wel in een onveilige buurt. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.