onveilig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·vei·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van veilig met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onveilig onveiliger onveiligst
verbogen onveilige onveiligere onveiligste

Bijvoeglijk naamwoord

onveilig

  1. gevaar met zich meebrengend
    Het hotel was erg mooi, maar wel in een onveilige buurt.
Synoniemen