validator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·li·da·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord validator validators
validatoren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

validator m

  1. iets of iemand die controleert of iets ook echt waar is; iets of iemand die de waarde van iets bepaalt
     Jan Knuiman, validator - hij controleert de meldingen - bij Waarneming.nl en bestuurslid van de Nederlandse Mycologische Vereniging spreekt van een ‘explosie aan paddenstoelen’ de afgelopen weken.[1]
     Je hebt mensen die het leuk vinden een foto van een lynx te plaatsen die op de Veluwe zou zitten. Dan onderzoekt de validator die foto en kan het zijn dat die een korstmos bespeurt die helemaal niet in Nederland groeit. Dan wordt de melding verwijderd.[2]
  2. (financieel) belegger die zijn eigen vermogen beheert
     De typische consumenten van financiële diensten zijn echter validators. Die laatsten zijn mensen die vooral zelf aan het stuurwiel van hun vermogen willen blijven, terwijl ze toch erkennen dat ze daarbij advies nodig hebben.[3]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 6 oktober 2021 Weblink bron David van der Heeden “Magische schimmels: De betovering van rood met witte stippen is overal” (24-10-2019), Tubantia
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 oktober 2021 Weblink bron Jean-Pierre Geelen op Wikipedia “Tien miljoen dieren gespot in een jaar: ‘Wij blinken uit in slechte foto’s’” (22 december 2020), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 6 oktober 2021 Weblink bron “PERSONAL FINANCE. De miljonairs” (30/10/2006), De Standaard