valg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • valg

Werkwoord

vervoeging van
valgen

valg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van valgen
    • Ik valg. 
  2. gebiedende wijs van valgen
    • Valg! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van valgen
    • Valg je? 


Gangbaarheid


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • valg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord val
Naar frequentie 638
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   valg     valget     valg     valgene  
genitief   valgs     valgets     valgs     valgenes  

Zelfstandig naamwoord

valg, o

  1. keuze
  2. verkiezing


Afgeleide begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • valg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord val
Naar frequentie 722
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   valg     valget     valg     valga
valgene  
genitief   valgs     valgets     valgs     valgas
valgenes  

Zelfstandig naamwoord

valg, o

  1. keuze
  2. verkiezing
Synoniemen


Afgeleide begrippen