Naar inhoud springen

vaargeul

Uit WikiWoordenboek
  • vaar·geul
enkelvoud meervoud
naamwoord vaargeul vaargeulen
verkleinwoord vaargeultje vaargeultjes

de vaargeulv / m

  1. een relatief smalle strook in een groter water die geschikt is om te bevaren
    • De botsing was ontstaan doordat het kleine schip de vaargeul niet had opgemerkt. 
  2. een strook bevaarbaar water tussen twee zandbanken
    • Bij eb werd de vaargeul bijzonder smal, maar gelukkig waren de zandbanken goed zichtbaar. 
96 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be