uiver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ui·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uiver uivers
verkleinwoord uivertje uivertjes

Zelfstandig naamwoord

uiver m [2]

  1. (vogels) ooievaar
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
37 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen