uitzoeken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zoe·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitzoeken
zocht uit
uitgezocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

uitzoeken

  1. overgankelijk een selectie maken uit een grotere verzameling
    • We hebben de rijpe vruchten uitgezocht. 
  2. overgankelijk een probleem onderzoeken tot er duidelijkheid komt
    • Dat moet nog eens goed uitgezocht worden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.