uitsmijter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·smij·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitsmijter uitsmijters
verkleinwoord uitsmijtertje uitsmijtertjes

Zelfstandig naamwoord

uitsmijter m

  1. iemand die vervelende mensen weert uit een uitgaansgelegenheid
    De stevig gebouwde uitsmijter hoefde alleen maar aanwezig te zijn om de rust te handhaven.
  2. een luchtgerecht bestaande uit boterhammen, spiegeleieren en ham
    Na de lange wandeling smaakte de uitsmijter uitstekend.
Synoniemen
  1. [1] portier, buitenwipper

Meer informatie