uitsmijter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·smij·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitsmijter uitsmijters
verkleinwoord uitsmijtertje uitsmijtertjes

Zelfstandig naamwoord

uitsmijter m

  1. iemand die vervelende mensen weert uit een uitgaansgelegenheid
    • De stevig gebouwde uitsmijter hoefde alleen maar aanwezig te zijn om de rust te handhaven. 
  2. een luchtgerecht bestaande uit boterhammen, spiegeleieren en ham
    • Na de lange wandeling smaakte de uitsmijter uitstekend. 
Synoniemen
  1. [1] portier, buitenwipper

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie