portier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • por·tier
enkelvoud meervoud
naamwoord portier portiers
verkleinwoord portiertje portiertjes

Zelfstandig naamwoord

portier m

  1. Persoon die bij de deur staat om te bepalen wie wel en wie niet binnen mag
    • De portier weigerde de dronken man toegang te verlenen. 
enkelvoud meervoud
naamwoord portier portieren
verkleinwoord portiertje portiertjes

Zelfstandig naamwoord

portier o

  1. autodeur
    • Het plotseling geopende portier veroorzaakte een ongeluk waarbij een fietser ten val kwam. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie