tweetaligheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·ta·lig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tweetaligheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tweetaligheid v [1]

  1. het tweetalig zijn
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. www.nu.nl