tweeluik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·luik
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘schilderij met twee panelen’ voor het eerst aangetroffen in 1904 [1]
  • samenstelling van  twee  en  luik  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tweeluik tweeluiken
verkleinwoord tweeluikje tweeluikjes

Zelfstandig naamwoord

tweeluik o [3]

  1. schilderij of reliëf met twee panelen
  2. radio- of televisieprogramma, film, boek, artikel, muziekstuk enz. die of dat uit twee delen bestaat
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen