trommelaar
Uiterlijk
- Geluid: trommelaar (hulp, bestand)
- IPA: / ˈtrɔməˌlar / (3 lettergrepen)
- trom·me·laar
- Naamwoord van handeling van trommelen met het achtervoegsel -aar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | trommelaar | trommelaars |
| verkleinwoord | trommelaartje | trommelaartjes |
de trommelaar m
- Iemand die een trommel bespeelt, trommelslager, tamboer
- De trommelaar was een signaalgever in het leger.
- Het woord trommelaar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "trommelaar" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -aar in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %