Naar inhoud springen

torn

Uit WikiWoordenboek
  • torn
enkelvoud meervoud
naamwoord torn tornen
verkleinwoord torntje torntjes

torn [3] [4] [5] [6] [7]

  1. losgetornde naad
vervoeging van
tornen

torn

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tornen
    • Ik torn. 
  2. gebiedende wijs van tornen
    • Torn! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tornen
    • Torn je? 
75 %van de Nederlanders;
37 %van de Vlamingen.[8]


torn

  1. voltooid deelwoord van tear

torn o

  1. toren (gebouw)
  2. toren (schaakstuk)
torns enkelvoud meervoud
  onbepaald bepaald onbepaald bepaald
  nominatief     torn     tornet     torn     tornen  
  genitief     torns     tornets     torns     tornens