tirsdag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Uitspraak
  • IPA: / ˈtiɐ̯ˀsd̥æ /
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tirsdag     tirsdagen     tirsdage     tirsdagene  
genitief   tirsdags     tirsdagens     tirsdages     tirsdagenes  

Zelfstandig naamwoord

tirsdag, g

  1. dinsdag


Dagen in het Deens
mandag
maandag
tirsdag
dinsdag
onsdag
woensdag
torsdag
donderdag
fredag
vrijdag
lørdag
zaterdag
søndag
zondag



Noors

Uitspraak
  • IPA: / ˈtiːrsdaːg /, / ˈtiːʃdaːg /
Naar frequentie 2698
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tirsdag     tirsdagen     tirsdager     tirsdagene  
genitief   tirsdags     tirsdagens     tirsdagers     tirsdagenes  

Zelfstandig naamwoord

tirsdag, m

  1. dinsdag
Synoniemen


Dagen in het Noors
mandag
maandag
tirsdag
dinsdag
onsdag
woensdag
torsdag
donderdag
fredag
vrijdag
lørdag
zaterdag
søndag
zondag