tinto

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Een glas en een fles tinto.
Uitspraak
Woordafbreking
  • tin·to
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tinto -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tinto m

  1. (drinken) rode wijn afkomstig uit gebieden waar Spaans of Portugees wordt gesproken
    • In Engeland is het de meest gekochte rode wijn. Er is sprake van explosief stijgende verkopen in de Verenigde Staten en Scandinavië. En ook in Nederland is deze tinto gewild. [1]
    • Onno Kleyn drinkt een tinto uit Spanje waar je "usted" tegen zegt. [2]

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
tintar

tinto

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van tintar