theoloog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • theo·loog
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel theo- met het achtervoegsel -loog
enkelvoud meervoud
naamwoord theoloog theologen
verkleinwoord theoloogje theoloogjes

Zelfstandig naamwoord

theoloog m

  1. (religie) (beroep) een beoefenaar van de theologie
    • Een theoloog houdt zich bezig met godsdiensten. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be