theoloog
Uiterlijk
- theo·loog
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | theoloog | theologen |
| verkleinwoord | theoloogje | theoloogjes |
de theoloog m
- (religie) (beroep) een beoefenaar van de theologie
- Een theoloog houdt zich bezig met godsdiensten.
- ▸ De theoloog Jacob van de Vitry (1180-1240) - een vurig pleitbezorger van de kruistochten - was meer uitgesproken.[1]
- ▸ ' Op zijn sterfbed was hij de meest gerenommeerde theoloog van zijn tijd, althans in Denemarken, en ook de meest controversiële.[2]
- ▸ Als theoloog werd hij gezien als iemand die het ethisch christendom van de Bergrede propageerde, als een hervormer, of als een trouw katholiek.[3]
- Het woord theoloog staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "theoloog" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275 - ↑ Daan Bronkhorst“Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025313562 - ↑ Jan Bloemendal“Erasmus” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312541 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel theo- in het Nederlands
- Achtervoegsel -loog in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %