Naar inhoud springen

theologie

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: théologie
  • theo·lo·gie
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘godgeleerdheid’ voor het eerst aangetroffen in 1330 [1]
  • met het voorvoegsel theo- met het achtervoegsel -logie
enkelvoud meervoud
naamwoord theologie -
verkleinwoord - -

detheologiev

  1. (religie) leer over God, het goddelijke en de godsdienst
    • Velen hielden zich vroeger bezig met pastorale theologie. 
     ' In een volgende voorrede, de Methodus (Methode) laat Erasmus zien wat volgens hem de beste manier is om tot een goede theologie te komen, in het voetspoor van het humanisme: kennis van de grondtalen, kennis van de klassieke letterkunde en kennis van de kerkvaders.[2]
     En ook wat de christelijke theologie aanduidt met het Griekse woord kenosis, jezelf leeg en ontvankelijk maken zodat je openstaat voor het hogere.[3]
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[4]