Naar inhoud springen

telkens

Uit WikiWoordenboek
  • tel·kens
  • In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: iedere keer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1613 [1]

telkens

  1. elke keer
    • Telkens als je dit plein oversteekt, word je door al die verkopers aangesproken. 
     Ik nam me telkens voor om meer te rusten, langer te slapen, een week naar mijn vader op Ibiza te gaan, maar het kwam er niet van.[2]
     Het pad gaat zelden rechtstreeks de berghelling op, er zijn telkens van die eindeloze haarspelden die zigzaggend de berg op en af gaan.[3]
  2. steeds
    • Hij moet telkens hoesten. 
     Je moet als kind immers telkens schakelen tussen wat in de ene cultuur goed is en in de andere cultuur weer heel anders ligt.[2]
  • telkens als

telkens

  1. (Belgisch-Nederlands) telkens als
    • Telkens ik in de douche wil stappen gaat de telefoon af. 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. "telkens" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be