tegenvoeter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·voe·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenvoeter tegenvoeters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tegenvoeter m

  1. iemand die aan de tegenovergestelde zijde van de wereld leeft
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl