tegenargument

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·ar·gu·ment
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenargument tegenargumenten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tegenargument o

  1. een argument dat men tegen iets inbrengt
    • Ik was niet onder de indruk van zijn tegenargumenten. 
Vertalingen

Gangbaarheid