tateren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·te·ren
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

tateren

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tateren
taterde
getaterd
zwak -d volledig
  1. (informeel) op een luchtige, luidruchtige manier onzin uitkramen
    • U benoemt tal van maatschappelijke problemen waarvan de oplossing niet binnen handbereik lijkt. Het boek grijpt daardoor bij de keel.
      "Dat is wel de bedoeling. Een psychiater moet niet alleen vrolijk tateren, maar ook mensen naar de keel grijpen. Liefdevol, hoopvol, maar beklijvend. Als dat zou kunnen zou ik zeer tevreden zijn." [3]
       
    • Wat kletste deze amusante satire van Olivier Assayas ons vrolijk de oren van onze kop. Nu Woody Allen de tijd die hem nog rest op het strafbankje moet uitzitten, vinden zijn fans onderdak bij de Fransman. Ook hij neemt de zelfverklaarde, culturele elite nog niet half zo ernstig als ze dat zelf doet. Hier laat hij ze maar tateren over wat het boekenvak al dan niet te wachten staat. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

31 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen