talgklier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1 = haar
2 = opperhuid
3 = talg
4 = haarzakje
5 = talgklier
Uitspraak
Woordafbreking
  • talg·klier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord talgklier talgklieren
verkleinwoord talgkliertje talgkliertjes

Zelfstandig naamwoord

talgklier v/m

  1. (anatomie) een klier om de haarzakjes, die talg afgeeft
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be