taalarmoede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taal·ar·moe·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taalarmoede -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

taalarmoede v/m

  1. een gebrekkige ontwikkeling van de taalbeheersing en de woordenschat
    • Taalarmoede is de afgelopen vijf jaar enorm afgenomen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid