taalarm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taal·arm
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen taalarm taalarmer taalarmst
verbogen taalarme taalarmere taalarmste
partitief taalarms taalarmers -

Bijvoeglijk naamwoord

taalarm

  1. een gebrekkige taalbeheersing en woordenschat hebbend
    • De hoeveelheid taalarme mensen in dat dorp neemt sterk af door het bouwen van nieuwe scholen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.