supinum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·pi·num
enkelvoud meervoud
naamwoord supinum supina
verkleinwoord supinumpje supinumpjes

Zelfstandig naamwoord

supinum o

  1. (taalkunde) de zelfstandig gebruikte verbogen infinitief in het Latijn; ook verbaal substantieve wijs genoemd; in tegenstelling tot het gerundium is de tijd toekomend
    Supina vertaalt men doorgaans met 'om te' + infinitief.