suis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • suis

Werkwoord

vervoeging van
suizen

suis

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van suizen
    • Ik suis. 
  2. gebiedende wijs van suizen
    • Suis! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van suizen
    • Suis je? 


Frans

Uitspraak

Werkwoord

vervoeging van
être

suis

  1. eerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van être
    «Je suis content.»
    Ik ben tevreden.
vervoeging van
suivre

suis

  1. eerste en tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van suivre
  2. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van suivre